De ezel is in de loop der eeuwen een heel oorspronkelijk dier gebleven. In tegenstelling tot honden en paarden bijvoorbeeld zijn ezels niet doorgefokt en hebben dus geen belemmerende nieuwe eigenschappen gekregen die samenhangen met inteelt en doorfokken. Dat betekent dat we uit kunnen blijven gaan van de karaktereigenschappen die de ezel al eeuwen heeft. Die constante en stabiele eigenschappen maken de ezel zeer geschikt om snel mee te werken. Hij heeft niet veel training nodig om te doen waar hij goed in is: ezel zijn.

In de medische wereld zie je dat bepaalde ziektebeelden steeds vaker voorkomen vooral in de psychische en emotionele context. Aandoeningen als depressies, eetstoornissen, alcoholisme en dergelijke komen in deze snelle wereld steeds meer voor. En medische behandelingen leiden steeds minder vaak en pas na langere tijd tot genezing. Daarom is men naar alternatieven gaan zoeken en een deel is zo bij de therapeutische inzet van dieren terecht gekomen. Vooral voor kinderen is dit een weinig bedreigend en veilig gevoel. Hoewel het dier nooit de therapeutische verantwoordelijkheid kan dragen is hij als helper zeer effectief. Vooropgesteld natuurlijk dat de cliënt de omgang met het dier zelf wenst.

Waaruit bestaat de aantrekkingskracht van de ezel: ze hebben een zachte vacht, zijn slim en leergierig, zijn kalm en blijven rustig staan, ze reageren op mensen en gaan graag met ze om.

De ezel heeft prettige karaktereigenschappen zoals geduld, zelfstandigheid, doordachtheid, behaagzaamheid en trouw. Door zijn lichaamsomvang is hij goed bereikbaar, de smallere borstpartij van de ezel ten opzichte van het paard werkt sneller geruststellend op kinderen. Het grote hoofd met grote oren en vriendelijke ogen past goed in de kinderlijke belevingswereld. Het ezellichaam is zeer geschikt om mensen op te laten liggen, zitten of rusten (tot maximaal ¼ deel van zijn eigen gewicht).

Al deze eigenschappen hebben een positieve werking op mensen met een beperking. Zo werkt de ezel kalmerend bij opwinding (denk aan ADHD), bij apathie juist weer motiverend. Bij verdriet kan de ezel opmonteren, bij manie dwingt hij je met beide benen op de grond. Een ezel is nou eenmaal op zoek naar comfort, zekerheid en een beetje humor. Een ezel kent geen leugens en bedrog, geen onrechtvaardigheid, straf, schuldgevoel, schaamte of belediging. Ze lachen niet uit, maar zijn eerlijk. Oneerlijkheid en list zullen ze niet begrijpen en op afstand blijven. Dat behoort immers tot hun overlevingsstrategie!

(Bron: Esel und Mensch, Anahid Klotz)